Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4471.
15. Ook al geldt voor medeplichtigheid volgens het Duitse strafrecht de eis van (voorwaardelijk) opzet op het begane feit, dat neemt niet weg dat zich in de Duitse rechtspraak grensgevallen voordoen die instructief zijn om kennis van te nemen. Zo is daar meermalen aan de orde geweest onder welke voorwaarden bij verdergaand optreden van de hoofddader deze nog geacht kan worden te handelen 'im Rahmen des Gehilfenvorsatzes'. Bij nauwe verwantschap tussen het misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige primair is gericht en het begane feit, is voldoende voor strafbaarheid dat de Gehilfe tevoren heeft begrepen dat het zo zou kunnen aflopen en hij zich daardoor niet heeft laten weerhouden. Maar wat als het misdrijf dat is begaan niet past bij het plan dat de medeplichtige voor ogen had? In Schönke/Schröder, StGb Kommentar. Aufl 28. § 27 nr. 22 e.v., p. 536 staat daarover:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b45942370bb2a110368d89fb123faacdf4878d465243259357fc0491d503f74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b45942370bb2a110368d89fb123faacdf4878d465243259357fc0491d503f74e, en de alinea staat in dat document op bytes 22411 tot 23309.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b45942370bb2a110368d89fb123faacdf4878d465243259357fc0491d503f74e | shasum -a 256