Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4471.

21. De feiten dwingen daar mogelijk niet toe. Ligt in de (kennelijke) visie van het oordelend hof niet besloten dat in een tussenfase het misdrijf 'bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht' zich wel heeft voorgedaan, namelijk direct na de overgifte van het mes aan [betrokkene 1] voordat deze tot steken overging? Die lezing past wel bij de vaststelling van het hof dat [betrokkene 1] handelde in het verlengde van een bedreiging waar hij: "verder is gegaan dan waarop het opzet van verdachte zelf was gericht".(23) Het oordeel van het hof valt dan zonder meer binnen de meermalen door de Hoge Raad gegeven omschrijving volgens welke van medeplichtigheid ook sprake is als het opzet van de medeplichtige gericht is op een deel van de handelingen van de dader. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b45942370bb2a110368d89fb123faacdf4878d465243259357fc0491d503f74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b45942370bb2a110368d89fb123faacdf4878d465243259357fc0491d503f74e, en de alinea staat in dat document op bytes 32063 tot 32931.