Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2011

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4657.

9. Uit verzoekers in eerste aanleg afgelegde verklaring dat hij ongeveer € 50.000,- van zijn moeder heeft gekregen en daar de BMW van heeft gekocht heeft de rechtbank kennelijk afgeleid dat hij € 50.000,- in de BMW heeft gestoken. Door de raadsman is betoogd dat uit de bankafschriften volgt dat verzoeker minimaal € 37.636,- van zijn moeder heeft ontvangen. In zoverre is de overweging van de rechtbank dat - gesteld dat verzoeker de erfenis van zijn vader in de BMW heeft gestoken - dit nog niet voldoende is voor de aanschaf van de BMW, niet onbegrijpelijk.(4) Daaraan doet niet af hetgeen verzoeker in hoger beroep heeft verklaard, namelijk dat hij de BMW deels heeft gefinancierd met de winst van het doorverkopen van auto's en deels met de ontvangen erfenis waarbij hij een bedrag tussen de € 35.000,- en € 40.000,- noemt: kennelijk heeft het hof dit in navolging van de rechtbank niet aannemelijk geacht, gelet op de door het hof in stand gelaten overweging dat verzoeker heeft verklaard dat hij sinds 2000 als tussenpersoon wiet verkoopt en dat hij geld uit zijn wiethandel in de auto's heeft gestoken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43a76e30307bce6e0d317d590cd290326f3a54a22f5c3d9fcd296f526c607695. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43a76e30307bce6e0d317d590cd290326f3a54a22f5c3d9fcd296f526c607695, en de alinea staat in dat document op bytes 16430 tot 17564.