Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4936.
2.2 Het hof stelt in rov. 4.4. - in cassatie terecht niet bestreden - voorop, dat voor een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking van belang is dat door degene die de vordering instelt, wordt uiteengezet (a) waaruit de verrijking van de ander, in casu [verweerster], bestaat, (b) wat de verarming, in casu die van [A], inhoudt en verder (c) dat de verrijking ongerechtvaardigd is. Na deze vooropstelling onderzoekt het hof of [eiser] voldoende heeft gesteld om tot de conclusie te kunnen komen dat [verweerster] voor wat betreft zowel de restauratie als de stalling ten koste van [A] ongerechtvaardigd verrijkt is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9, en de alinea staat in dat document op bytes 9781 tot 10413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9 | shasum -a 256