Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4936.
2.4 In rov. 4.5, eerste volzin, oordeelt het hof dat [eiser] onvoldoende heeft uiteengezet waarom [verweerster], in de periode dat [betrokkene 1] nog leefde, verrijkt is door de restauraties van de Jaguar en de Mercedes. In die periode stonden, aldus het hof, deze auto's nog op naam van [betrokkene 1] en verder heeft [eiser] niet gesteld dat de auto's al eigendom van [verweerster] waren. Dit oordeel is, anders dan in subonderdeel 3.2 wordt betoogd, niet onjuist of onbegrijpelijk. Daarbij is in aanmerking te nemen dat ook voor de in reconventie ingestelde vordering het in artikel 111 lid 2, sub d, Rv gestelde vereiste geldt dat door de eisende partij voldoende gronden voor de eis dienen te worden aangevoerd.((3))
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9, en de alinea staat in dat document op bytes 11847 tot 12581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9 | shasum -a 256