Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4936.

2.4.1 [Eiser] heeft erkend dat de gerestaureerde auto's aan [betrokkene 1] in eigendom hebben toebehoord. Tijdens de comparitie van partijen bij de rechtbank heeft hij immers voor juist erkend de uitlating van [verweerster] dat de auto's van haar overleden man waren. Uit dit gegeven alleen valt niet af te leiden dat een bij [betrokkene 1] tijdens zijn leven wegens besparing van restauratiekosten opgetreden verrijking tevens tot een verrijking bij [verweerster] heeft geleid in de periode dat [betrokkene 1] nog leefde. Er zullen meer omstandigheden moeten zijn gesteld vooraleer kan worden aangenomen dat een kostenbesparing aan de zijde van [betrokkene 1] tijdens zijn leven tot een verrijking (mede) bij [verweerster] heeft geleid. De stellingen van [eiser] houden dienaangaande echter niets in.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9, en de alinea staat in dat document op bytes 12601 tot 13415.