Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4936.

2.7 In rov. 4.6 staat het hof stil bij de stelling van [eiser] dat de kosten van de restauraties bewust niet aan [betrokkene 1] privé in rekening zijn gebracht, omdat de meer-opbrengst van de gerestaureerde auto's in [A] zou worden geïnvesteerd. In verband met deze stelling wijst het hof eerst erop dat [eiser] niet heeft vermeld of deze investering zou geschieden in de vorm van een lening of anderszins, terwijl de wijze van uitvoering van de investering relevant kan zijn. Daarna overweegt het hof nog dat uit het geen doorgang gevonden hebben van de investering wegens het plotselinge overlijden van [betrokkene 1] nog niet een verrijking van [verweerster] kan worden afgeleid, aangezien dat geen doorgang gevonden hebben te maken kan hebben gehad met de erfrechtelijke afwikkeling van de nalatenschap van [betrokkene 1]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9, en de alinea staat in dat document op bytes 16063 tot 16904.