Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4936.

2.10 In verband met de stalling van de auto's na het overlijden van [betrokkene 1] overweegt het hof dat er door [eiser] onvoldoende is gesteld om te concluderen tot verrijking bij [verweerster] (rov. 4.7), verarming bij [A] (rov. 4.8) en, indien er sprake zou zijn van verrijking bij [verweerster], ongerechtvaardigdheid van die verrijking (rov. 4.9). Hiertegen richten zich de klachten in de subonderdelen 3.5, respectievelijk 4.1 t/m 4. 4.3 en 5.1 t/m 5.3. Ieder van de drie door het hof aangevoerde gronden kan de afwijzing van de vordering van [eiser], voor zover deze betrekking heeft op de niet vergoede stalling van de auto's bij [A] na het overlijden van [betrokkene 1], geheel dragen. Dit betekent dat, zodra één van de gronden tevergeefs wordt bestreden, het vereiste belang bij de op de andere gronden betrekking hebbende klachten komt te ontbreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0f08d37e3590cfdec5304a39b5702cece24d4fb28ba540e848df2b9e4c45b9, en de alinea staat in dat document op bytes 20664 tot 21540.