Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011
Alinea 369 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5046.
De (lagere) burgerlijke rechter is (in navolging van de bestuursrechter) tot het oordeel gekomen dat de overschrijding van 'de redelijke termijn' een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) van de Staat oplevert die kan leiden tot het toekennen van een vergoeding van immateriële schade. (...) Het burgerlijk recht is traditioneel vrij terughoudend in het aanvaarden van een recht op vergoeding van immateriële schade en vereist daarvoor (ex artikel 6:95 BW) een uitdrukkelijke wettelijke grondslag. De Hoge Raad is de laatste jaren echter bereid gebleken om als het om schending van fundamentele (mensen)rechten gaat het begrip 'aantasting van de persoon' in artikel 6:106 BW extensief te interpreteren.(141) (...) De categorie 'aantasting op andere wijze' biedt ook ruimte om te komen tot een vergoeding bij overschrijding van 'de redelijke termijn'.(142) Ook het recht op tijdige 'berechting' is zo fundamenteel van aard dat de schending ervan de persoon (de burger) ernstig kan treffen. Men bedenke dat een recht - welk recht dan ook - weinig betekenis heeft als het niet of niet tijdig geëffectueerd kan worden. Zonder het (procedurele) recht op tijdige beslechting van geschillen stellen de (materiële) rechten weinig of niets voor."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a99f5f4c63f51bfa6aadb5487d32637ed3e077c42cff27a2a20ad22f1b01d5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a99f5f4c63f51bfa6aadb5487d32637ed3e077c42cff27a2a20ad22f1b01d5a, en de alinea staat in dat document op bytes 144427 tot 145681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a99f5f4c63f51bfa6aadb5487d32637ed3e077c42cff27a2a20ad22f1b01d5a | shasum -a 256