Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5087.

8.5. Het Hof acht een dergelijke rechtsbasis kennelijk in beginsel aanwezig: het heeft immers het hoger beroep voor wat betreft de naheffingsaanslag ongegrond verklaard, maar heeft niettemin inhoudelijk belanghebbendes verzoek om schadevergoeding inhoudelijk beoordeeld naast zijn beslissing om de boete te verminderen wegens overschrijding van de redelijke termijn in het boetedeel van de procedure. Dat impliceert dat het Hof zich in beginsel bevoegd achtte (ook) ter zake van de traagheid van het belastingdeel van de procedure schadevergoeding toe te kennen (indien die schade zou zijn gebleken), óók bij ongegrondbevinding van het beroep inzake de enkelvoudige belasting. Hij heeft belanghebbendes beroep immers afgewezen op de (onjuiste) grond dat de belanghebbende geen immateriële schade gesteld zou hebben. Art. 8:73 Awb eist echter een "gegrond" beroep als voorwaarde voor toekenning van schadevergoeding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/005560ae8c93437bcc473ee44b36f8d81c3e1ecea1da9a4acbf1d7018eec4a43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 005560ae8c93437bcc473ee44b36f8d81c3e1ecea1da9a4acbf1d7018eec4a43, en de alinea staat in dat document op bytes 36621 tot 37553.