Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2011

Alinea 263 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5290.

Subonderdeel 3(g) ten slotte klaagt over het oordeel over de evenredigheid van de kwaliteitseis, voor zover dit (mede) steunt op het ontbreken van voldoende concrete daarop toegesneden stellingen van Essent c.s.. Volgens het subonderdeel geeft het bestreden oordeel in zoverre van een onjuiste rechtsopvatting blijk, omdat Essent c.s. met het stellen van een inbreuk konden volstaan en het op de weg van Delta c.s. had gelegen om, als zij zouden menen dat die inbreuk was gerechtvaardigd, feiten en omstandigheden te stellen waaruit blijkt dat de door het hof bedoelde (bepalende) overheidsinvloed niet met minder verstrekkende middelen had kunnen worden bereikt. Althans had het hof, óók nu het hier een kort geding betrof, ambtshalve behoren te onderzoeken of de bedoelde (bepalende) overheidsinvloed met minder verstrekkende middelen had kunnen worden bereikt, nu het hof als orgaan van de Staat ook rechtstreeks aan de bepalingen van het VWEU is gebonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec618a49cf03a0357baca542f82bc10380ae8ac1c5199501b962b177a1a13a1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec618a49cf03a0357baca542f82bc10380ae8ac1c5199501b962b177a1a13a1f, en de alinea staat in dat document op bytes 108155 tot 109130.