Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5804.
2.2.4 De Rechtbank heeft het aannemelijk geacht dat het Hof de getuigenverklaring van [betrokkene 2] (die in eerste aanleg partijgetuige was, maar in hoger beroep geen partijgetuige meer zou zijn geweest) anders zou hebben gewogen danwel aanleiding zou hebben gezien [betrokkene 2] nogmaals - niet meer als partijgetuige - te horen (rov. 4.7). Met de dan voorhanden zijnde bewijsmiddelen zou het oordeel van het Hof zowel in het voordeel van [eiser] c.s. als in het voordeel van Stichting UW kunnen uitvallen, aldus de Rechtbank. Zij schat de kans op een succesvol appel 50% zodat [verweerder] c.s. aansprakelijk zijn voor 50% van de door [eiser] c.s. als gevolg van de door [verweerder 1] gemaakte beroepsfout geleden schade.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c74c2a16b418b879ed2686e787d23d049b7a8220912741924f7f5eef11b4848b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c74c2a16b418b879ed2686e787d23d049b7a8220912741924f7f5eef11b4848b, en de alinea staat in dat document op bytes 14370 tot 15110.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c74c2a16b418b879ed2686e787d23d049b7a8220912741924f7f5eef11b4848b | shasum -a 256