Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2011

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5822.

7. Het cassatiemiddel strekt ten betoge dat het hof heeft miskend dat het gehouden was eerst te beoordelen of [eiseres 1] de overeenkomst door haar brief van 25 maart 2003 waarbij zij zich beriep op de vernietigbaarheid van de overeenkomst op grond van art. 1:88 juncto 1:89 BW, rechtsgeldig met terugwerkende kracht heeft vernietigd. Dit, omdat een bevestigende beantwoording van deze vraag meebrengt dat geen rechtsgeldige overeenkomst meer bestaat waaraan rechtsgevolgen kunnen worden ontleend, zodat [eiser] c.s. ook geen partij zijn bij de WCAM-overeenkomst. Het cassatiemiddel klaagt dat het hof aldus de 'ex tunc-werking' van het buitengerechtelijk vernietigen van de overeenkomst heeft miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e2e766f73d1c82f52c916cc73cc345a680b415be6adb368d2e5ed983cac942b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e2e766f73d1c82f52c916cc73cc345a680b415be6adb368d2e5ed983cac942b, en de alinea staat in dat document op bytes 15527 tot 16243.