Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5996.

6.7 Zou in het onderhavige geval geen sprake zijn geweest van een dwangsom maar van een contractuele boete, die strekt tot aansporing van de werkgever om de pensioenvoorziening tijdig te betalen en die de vordering tot nakoming van de verbintenis onverlet laat, dan zou er weinig twijfel over bestaan dat die boete als inkomsten uit dienstbetrekking moet worden aangemerkt. De boete is immers in de arbeidsovereenkomst opgenomen. Een dergelijke boete wijkt in karakter niet af van een dwangsom (zie 3.5). Tevens zijn beide betalingen in economische zin gelijk. Immers, wordt de verbintenis niet nagekomen en geen schadevergoeding verkregen, dan kan zowel de contractuele boete als de dwangsom in de plaats treden van de nakoming van de verbintenis; wordt de verbintenis wèl nagekomen dan is zowel de contractuele boete als de dwangsom als een voordeel voor de schuldeiser aan te merken. De enkele tussenkomst van een rechterlijk vonnis in het geval van de dwangsom is naar mijn mening onvoldoende om de dwangsom - anders dan de contractuele boete - niet als opkomend uit de dienstbetrekking aan te merken. Het rechterlijk vonnis is geen omstandigheid die er toe leidt dat de dwangsom niet meer in de relatie werkgever - werknemer kan opkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f, en de alinea staat in dat document op bytes 48665 tot 49922.