Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5996.

3.3. De voormelde vragen dienen naar het oordeel van de rechtbank ontkennend te worden beantwoord. Blijkens de (...) vermelde feiten zijn de dwangsommen verschuldigd geworden, omdat A B.V. het vonnis van de rechtbank te Utrecht van 21 juli 2004 niet tijdig nakwam. Voorts is het uiteindelijk betaalde bedrag aan dwangsommen het resultaat van tussen eiser en A B.V. gevoerde onderhandelingen. Daarnaast zijn de dwangsommen niet tegelijkertijd met de nakoming van de pensioenvoorziening betaald, maar pas geruime tijd daarna. Zij zijn ook niet betaald ter vervanging van de pensioentoezegging, maar zijn betaald na onderhandelingen en nadat het vonnis van de rechtbank te Utrecht van 21 juli 2004 alsnog was nagekomen. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat de dwangsommen zozeer samenhangen met de voormalige dienstbetrekking van eiser dat zij moeten worden aangemerkt als te zijn genoten uit hoofde van die dienstbetrekking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f, en de alinea staat in dat document op bytes 8006 tot 8957.