Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5996.

6.5. Het zou mij in het systeem van de Wet IB '64 aannemelijk voorkomen de moratoire interessen nog als een sequeel van de hoofdsom, en dus als behorend tot de sfeer van de dienstbetrekking, te beschouwen, zolang de hoofdsom zelf nog niet ,,genoten'' is in de zin van art. 33, lid 1, IB '64. In die situatie zullen de moratoire interessen in de regel tegelijkertijd met de hoofdsom, wellicht zelfs in een betaling daarmee, door de (gewezen) werkgever aan de (gewezen) werknemer worden voldaan en dan ligt het zeer voor de hand beide bedragen nog aan de sfeer van de dienstbetrekking toe te rekenen (vergelijk over rente bij onteigening de conclusie van mijn ambtgenoot Moltmaker in de bij Uw Raad aanhangige zaak nr. 24 224).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f, en de alinea staat in dat document op bytes 32132 tot 32870.