Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5996.

3.3. (...). Op grond van artikel 10, lid 1, van de Wet is beslissend of sprake is van een betaling die uit een dienstbetrekking (of vroegere dienstbetrekking) wordt genoten. Met zijn verwijzing naar de collectieve arbeidsovereenkomst heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat - zoals door belanghebbenden ook niet wordt betwist - het te dezen gaat om een voordeel dat de werkgever ingevolge een uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichting aan de werknemer verschaft. Behoudens uitzonderlijke situaties zoals die, bedoeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal, onderdeel 3.13, moet een zodanig voordeel worden aangemerkt als te zijn genoten uit de dienstbetrekking. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f, en de alinea staat in dat document op bytes 33835 tot 34533.