Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO5996.

In de onderhavige situatie is het hof kennelijk van mening dat het bedrag aan betaalde dwangsommen een voordeel vormt voor de werknemer. (...). Er is naar mijn mening geen voordeel voor de werknemer (...). Het niet voldoen van de werkgever aan zijn verplichting om de werknemer in staat te stellen de overeengekomen arbeid te verrichten is niet dé reden voor het betalen van de dwangsom, maar slechts de aanleiding geweest voor de dwangsom. De reden voor de dwangsom is het niet voldoen aan een bevel dat de rechter heeft opgelegd. (...). In dit kader kan ook worden verwezen naar hetgeen is gezegd over de wettelijke rente ex artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek die een werkgever is verschuldigd, wanneer hij te laat is met betalen van een overeengekomen loonbetaling. Volgens de staatssecretaris vormt de toegekende rentevergoeding geen loon (Besluit van 3 augustus 2004, nr. CPP2004/566M. Dit besluit is inmiddels vervallen). De werknemer geniet die rente als schuldeiser en niet op grond van zijn dienstbetrekking. Ook hier is er een onverbrekelijk verband tussen de verplichting van de werkgever om het overeengekomen loon te betalen en de rentevergoeding. Desondanks wordt de rentevergoeding niet betaald in de hoedanigheid van werkgever. Waarom dit anders zou moeten zijn wanneer de werkgever (nota bene door een rechter) wordt verplicht een dwangsom te betalen komt mij vreemd voor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87859cd82b3e7e12d1cea351a481fdaf4cfd89895b84513d5588e4936ed8f7f, en de alinea staat in dat document op bytes 38864 tot 40265.