Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6150.

3.7. De steller van het middel voert nog aan dat het aanwezig zijn bij de uitvoering, het zich daarvan niet distantiëren en het instemmen met het door een ander gepleegd geweld onvoldoende is om medeplegen op te leveren. Dat kan onder omstandigheden inderdaad het geval zijn. Maar de feiten die het hof heeft vastgesteld wijzen op een nauwe betrokkenheid en een belangrijke bijdrage van verdachte. Verdachte heeft zelf geweld gebruikt, heeft zelf geschoten, en heeft hetzij zelf een ander doodgeschoten hetzij aan een mededader die gelegenheid gegeven door een deur open te houden. Naar uiterlijke verschijningsvorm traden alle verdachten op in het kader van een gemeenschappelijk doel; het krijgen van geld. De middelen om dit doel te bereiken werden door de groep verdachten ook duidelijk gemaakt. Mensen zouden worden doodgeschoten om druk te zetten op [slachtoffer 2]. Doel en middelen werd door ieder van de verdachten uitgedragen, hetzij in woorden hetzij in daden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/044da50e618fb3f6b7eafe1d79b3755cf6f271546c4a34b1febc058e7f917181. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 044da50e618fb3f6b7eafe1d79b3755cf6f271546c4a34b1febc058e7f917181, en de alinea staat in dat document op bytes 34870 tot 35855.