Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011
Alinea 261 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6691.
3.8 In de toelichting op het middel wordt op zich terecht geklaagd over de begrijpelijkheid van 's Hofs overweging dat uit het bedoelde tapgesprek valt af te leiden dat alle gespreksdeelnemers bekend zijn met het gemaakte plan. Uit het gesprek valt veeleer af te leiden dat de verdachte nog van niets weet als hij wordt gebeld. Aan de begrijpelijkheid van de bewijsmotivering in haar geheel beschouwd, doet dit echter niet af. Uit het gesprek valt wel af te leiden dat de verdachte begreep wat de aard van de onderneming was waarover de medeverdachten met hem wilden spreken. Dat de verdachte later op de hoogte is geraakt van het concrete plan, blijkt als gezegd uit bewijsmiddel 13, dat betrekking heeft op het tweede telefoongesprek dat later diezelfde middag is gevoerd. Daaruit blijkt ook dat verdachte zich bij dat plan heeft aangesloten. Dat het Hof in zijn overweging heeft betrokken dat er sprake was van een gezamenlijk plan, terwijl het eerder had vastgesteld dat het plan is ontstaan bij de medeverdachten is, anders dan de steller meent, dan ook niet tegenstrijdig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b, en de alinea staat in dat document op bytes 48926 tot 50017.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b | shasum -a 256