Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011
Alinea 262 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6691.
3.9 's Hofs vaststelling dat verdachte en zijn medeverdachten onderling bekend met elkaar waren, vindt in zoverre steun in de bewijsmiddelen dat verdachte een vriend was van [betrokkene 2] (bewijsmiddel 11) en dat hij [betrokkene 1] kende. Dat laatste valt af te leiden uit bewijsmiddel 13 - waaruit blijkt dat verdachte over de telefoon zowel met [betrokkene 2] als met [betrokkene 1] spreekt, waarbij de laatste zonder verdere toelichting wordt geïntroduceerd ("Hier heb je even [betrokkene 1]") - en bewijsmiddel 2 - waaruit blijkt dat [betrokkene 1] (na de eerder gemaakte afspraak elkaar aldaar te ontmoeten) op het Ten Kateplein contact maakt met de verdachte. Dat verdachte wellicht niet alle deelnemers aan de beraamde overval kende, doet niet af aan de begrijpelijkheid van de bewijsmotivering beschouwd in haar geheel. In elk geval mist de klacht dat uit de bewijsmiddelen zou blijken dat verdachte maar één van de medeverdachten kende feitelijke grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b, en de alinea staat in dat document op bytes 50037 tot 51021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b | shasum -a 256