Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011
Alinea 271 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6691.
4.5 Blijkens de hiervoor aangehaalde processen-verbaal is door de verdediging in hoger beroep aangevoerd dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu de taps, die in eerste aanleg als bewijsmiddel zijn gebruikt, zijn vernietigd. Anders dan de steller van het middel lijkt te betogen, is door de verdediging geen verweer gevoerd dat de advocaat-generaal heeft geweigerd de niet vernietigde tapgesprekken over te leggen. Evenmin blijkt uit de processen-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep en de pleitnota's dat door de verdediging aan het Hof een verzoek ex. art. 328 jo. 315 Sv is gedaan om de overlegging van de tapgesprekken te bevelen, waarop het Hof ten onrechte niet heeft beslist. Van een onbegrijpelijke verwerping van het verweer is dan ook geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b, en de alinea staat in dat document op bytes 53938 tot 54731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b | shasum -a 256