Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011

Alinea 281 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6691.

5.9 Ik wijk dus enigszins af van de oplossing waarvoor in 20 oktober 1998, LJN ZD1345, NJ 1999, 64 werd gekozen. Die oplossing leidt in dit geval tot problemen omdat, zoals reeds werd aangestipt, een keuze uit de verschillende alternatieven voor de bepaling van het strafmaximum noodzakelijk is. Ik merk daarbij op dat de alternatieven elkaar niet uitsluiten (beroving en wederrechtelijke vrijheidsberoving gaan heel wel hand in hand), zodat de vraag is op grond van welk criterium de keuze moet worden gemaakt.(5) Een tussenoplossing zou zijn om de tenlastelegging zo te lezen dat primair twee alternatieven zijn tenlastegelegd waaruit niet gekozen hoeft te worden (voorbereiding van 312 of 317) en subsidiair voorbereiding van wederrechtelijke vrijheidsberoving. De conclusie is dan dat alleen de subsidiaire variant ten onrechte in de bewezenverklaring en de kwalificatie is verwerkt. Het voordeel van de eenvoud heeft die oplossing echter niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf7b4c2ed094891373c5b36f6b4b67fc4c587b0d62f3a4dba89bc98a31abda5b, en de alinea staat in dat document op bytes 63174 tot 64135.