Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6702.
10. De vraag is of het middel niet reeds faalt omdat in feitelijke aanleg geen beroep is gedaan op art. 7 EVRM. Wat gewoonlijk aan straf wordt opgelegd en wat de overtreder op grond van de bestendige praktijk (in redelijkheid) kan verwachten, zijn vragen die zich vanwege hun overwegend feitelijke aard in cassatie moeilijk laten beantwoorden. Nu kan mijns inziens in casu op grond van de overwegingen van het Hof in cassatie als vaststaand worden aangenomen dat de Rechtbank en het Hof ten tijde van het plegen van het feit de Haarlemse Schipholrichtlijn - waarvan de inhoud van algemene bekendheid kan worden geacht(5) - hanteerden en derhalve dat zij destijds voor feiten als de onderhavige gewoon waren een straf op te leggen die varieerde van 25 tot 30 maanden. Ik merk daarbij op dat door het Hof geen omstandigheden zijn vastgesteld die een afwijking naar boven zouden hebben gerechtvaardigd. De stelling dat de opgelegde straf van 36 maanden een afwijking vormt van de bestendige praktijk "binnen het betrokken rechtsgebied" lijkt zo gezien dus geen feitelijke grondslag te missen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572, en de alinea staat in dat document op bytes 15840 tot 16942.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572 | shasum -a 256