Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6702.
11. Daarbij past evenwel een niet onbelangrijke kanttekening. De vraag is wat onder het "betrokken rechtsgebied" moet worden verstaan. De (relatieve) competentie valt buiten het bereik van art. 7 EVRM.(6) Bovendien geeft de regeling van de relatieve competentie in het Wetboek van Strafvordering (die meer rechtbanken gelijkelijk bevoegd verklaart) de verdachte geen aanspraak op berechting door de Rechtbank Haarlem. Beslissend kan dus niet zijn wat in het ressort Amsterdam de bestendige praktijk was. Ik denk ook niet dan Van Dijk en Van Hoof dat bedoelen. Art. 7 EVRM komt neem ik aan in hun opvatting eerst in beeld als de straf afwijkt van de bestendige praktijk in het rechtsgebied waarvoor de strafbepaling geldt (in casu Nederland). Dat dat het geval was staat in cassatie niet vast.(7)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572, en de alinea staat in dat document op bytes 16962 tot 17770.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572 | shasum -a 256