Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6702.
14. Gelet op deze stand van zaken kan het ontbreken van aanvullende regels die de grote straftoemetingsvrijheid van de rechter nader normeren, niet een grond opleveren voor het oordeel dat de strafoplegging bij gebrek aan foreseeability in strijd is met art. 7 EVRM. Zo lang de straf maar onder het strafmaximum blijft, lijkt er geen probleem te zijn. Natuurlijk zal het zo zijn dat áls het recht voorziet in nadere normering, die nadere normering betrokken moet worden bij de vraag of de strafoplegging strijdt met art. 7 EVRM. Maar het moet daarbij dan wel gaan om "law" in de zin van dat verdragsartikel. Dat begrip heeft een autonome betekenis, zodat op zich niet beslissend is dat de Hoge Raad van oordeel is dat de (LOVS-)richtlijnen geen recht zijn in de zin van 79 RO. Dat oordeel is echter wel indirect van betekenis. Dat oordeel brengt mee dat de rechter naar nationaal recht niet aan de richtlijnen is gebonden. Van "law" in de zin van het verdrag kan dan moeilijk sprake zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572, en de alinea staat in dat document op bytes 19636 tot 20638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572 | shasum -a 256