Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6702.
16. Om een dergelijk extreem geval gaat het in de onderhavige zaak niet. Overeind blijft dat een grote straftoemetingsvrijheid op zich niet in strijd is met art. 7 EVRM. De opgelegde straf hoeft dan ook niet met een grote mate van exactheid te voorspellen te zijn. De positief te waarderen gedachte daarachter is wellicht mede dat er ruimte moet zijn voor ontwikkeling en voor een geleidelijke aanpassing van de strafoplegging aan veranderende maatschappelijke omstandigheden en inzichten. Dat maakt dat er bij de hantering van een instrumentarium dat rechtsongelijkheid (en daarmee willekeurige bestraffing) beoogt tegen te gaan - als hoedanig de LOVS-richtlijnen kunnen worden aangemerkt - voor gewaakt mag en misschien wel moet worden dat die hantering leidt tot verstarring en een geleidelijke aanpassing en ontwikkeling van de straftoemetingspraktijk belemmert. Dat betekent dat de mogelijkheid van verandering in dat instrumentarium ingebakken mag worden. Met die mogelijkheid van verandering kan een potentiële dader rekening houden. De aard van het instrumentarium brengt zo gezien mee dat verandering daarvan foreseeable is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572, en de alinea staat in dat document op bytes 22196 tot 23343.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebb09af24b03d02e9880b1be2743303ba90fb3a413e1ad31ea81c810463cb572 | shasum -a 256