Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6704.

4.4 Ik moet bekennen dat de koers die de Hoge Raad op dit punt vaart, mij niet geheel duidelijk is. Zoals Borgers aangeeft in zijn noot onder HR 27 januari 2009, NJ 2009/148 (LJN BG4245) zijn twee situaties te onderscheiden. De eerste situatie is dat de stukken door het desbetreffende gerecht weliswaar volledig zijn ingezonden, maar dat de raadsman daarvan geen volledig afschrift heeft gekregen. De fout ligt dan bij de (griffie van de) Hoge Raad. Die fout komt voor rekening van de verdachte als diens raadsman niet tijdig om toezending van de ontbrekende stukken heeft verzocht. Niet alleen kan niet meer bij schriftuur over het ontbreken van stukken worden geklaagd, de ingediende middelen worden bovendien beoordeeld op basis van het (complete) dossier waarover de Hoge Raad beschikt. Dat betekent dat bijvoorbeeld een klacht over het ontbreken van bewijsmiddelen bij gebrek aan feitelijke grondslag zal falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/421c61eb55c592ae9510f73d0a58d08bcb7f9ce9fc72cde559a3605dea2c9a4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 421c61eb55c592ae9510f73d0a58d08bcb7f9ce9fc72cde559a3605dea2c9a4c, en de alinea staat in dat document op bytes 14662 tot 15593.