Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6704.

4.7 De zojuist genoemde arresten werden gewezen vóór het onder 4.6 als laatste genoemde HR 7 juli 2009, LJN BI3888, NJ 2009/389 m.nt. Borgers en zijn wellicht daarom niet maatgevend. In HR 13 juli 2010, LJN BJ8676 evenwel was sprake van een geval dat voor zover ik zie niet of nauwelijks verschilde van het geval dat aan genoemd arrest (NJ 2009/389) ten grondslag lag. Ook in dit geval ontbrak de pleitnota bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Het middel klaagde erover dat op een in die pleitnota vervat betrouwbaarheidsverweer niet was gerespondeerd. De Hoge Raad oordeelde ditmaal niet dat het middel feitelijke grondslag ontbeerde. Hij casseerde juist omdat het proces-verbaal ontbrak bij de ingezonden stukken "zodat niet valt na te gaan of ter terechtzitting het in het middel bedoelde verweer is gevoerd".(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/421c61eb55c592ae9510f73d0a58d08bcb7f9ce9fc72cde559a3605dea2c9a4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 421c61eb55c592ae9510f73d0a58d08bcb7f9ce9fc72cde559a3605dea2c9a4c, en de alinea staat in dat document op bytes 18234 tot 19072.