Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6704.
4.11 De betekenis van art. IV lid 3 Procesreglement is in deze meer soepele benadering enkel dat er geen reden is om de raadsman na completering van het dossier een termijn te gunnen voor een aanvullende schriftuur. Het moet voor de positie van de verdediging geen verschil maken of het dossier van meet af aan compleet is geweest (de "eerste situatie") of dat een incompleet dossier (de "tweede situatie") achteraf is gecompleteerd. In beide gevallen geldt dat het voor rekening van de verdachte komt als de raadsman op basis van onvolledige stukken cassatiemiddelen formuleert. Art. IV lid 3 Procesreglement staat er in deze benadering echter niet aan in de weg dat de Hoge Raad ambtshalve om completering van het dossier verzoekt indien dat nodig is om zijn controlerende taak te vervullen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/421c61eb55c592ae9510f73d0a58d08bcb7f9ce9fc72cde559a3605dea2c9a4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 421c61eb55c592ae9510f73d0a58d08bcb7f9ce9fc72cde559a3605dea2c9a4c, en de alinea staat in dat document op bytes 21051 tot 21858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/421c61eb55c592ae9510f73d0a58d08bcb7f9ce9fc72cde559a3605dea2c9a4c | shasum -a 256