Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6754.
5. Beide middelen falen en kunnen bij verbeterde lezing van de aantekening met de aan artikel 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Ambtshalve wijs ik er op dat de verdachte, op wie het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, op 16 april 2009 beroep in cassatie heeft ingesteld. Sedertdien zijn reeds meer dan zestien maanden verstreken. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Nu het Hof aan de verdachte een week geheel voorwaardelijke jeugddetentie heeft opgelegd en een onvoorwaardelijke geldboete van minder dan € 1.000,-, kan de Hoge Raad dit compenseren met de enkele constatering dat inbreuk is gemaakt op art. 6 EVRM.(2) Gronden die ambtshalve tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding behoren te geven heb ik niet aangetroffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe74e9669f805480a86cff536050334a11cf49bb8e62df896ac362a9f470d37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe74e9669f805480a86cff536050334a11cf49bb8e62df896ac362a9f470d37, en de alinea staat in dat document op bytes 8369 tot 9196.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe74e9669f805480a86cff536050334a11cf49bb8e62df896ac362a9f470d37 | shasum -a 256