Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6755.

4.10 De terbeschikkingstelling van arbeidskrachten moet - zoals in artikel 7:690 BW tot uitdrukking komt - plaatsvinden aan een 'derde', de opdrachtgever. Op het begrip derde is in de wetsgeschiedenis niet verder ingegaan. Uit de tekst van artikel 7:691, zesde lid, BW (zie 4.14) kan evenwel worden afgeleid dat ingeval van terbeschikkingstelling aan een groepsvennootschap, deze laatste kwalificeert als 'derde' in de zin van artikel 7:690 BW. Wanneer de werknemer op grond van een 'uitzendovereenkomst' in de eigen onderneming van de werkgever te werk wordt gesteld, is geen sprake van een derde en is sprake van een reguliere, door titel 10 van Boek 7 beheerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.(24)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b, en de alinea staat in dat document op bytes 49583 tot 50304.