Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6755.

5.9 Bovendien zal de intermediaire functie, zo de personeelsvennootschap die binnen concern al heeft, in vele gevallen niet zijn gericht op het voorzien in de behoefte aan tijdelijke arbeid. De vrijheid terzake van het aangaan en verbreken van de arbeidsrelatie waarover gesproken wordt in de parlementaire geschiedenis, ontbreekt, als ik het goed zie, in een geval als het onderhavige. Daarbij moet worden bedacht dat de regeling in afdeling 11 van Boek 7 met name strekt tot bescherming van de positie van de werknemer en het geven van zekerheid omtrent de duiding van driehoekarbeidsrelaties als arbeidsovereenkomst. Zouden arbeidsovereenkomsten, niettegenstaande de intentie van werkgever en werknemer om een reguliere arbeidsovereenkomst aan te gaan, worden gekwalificeerd als uitzendovereenkomst, dan zou dat in zekere zin de bedoeling die de wetgever had met artikel 7:690 BW in zekere zin ondermijnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b, en de alinea staat in dat document op bytes 77852 tot 78775.