Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Alinea 182 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6755.

5.12 Een tweede constitutief en hier relevant element van de begripsbepaling van artikel 7:690 BW is het verrichten van arbeid 'onder toezicht en leiding van de derde'. Het gaat daarbij om toezicht en leiding van de derde op de door de ter beschikking gestelde werknemers verrichte arbeid. Hieruit leid ik af dat het moet gaan om een concrete vorm toezicht en leiding en niet een abstracte. Of, zoals de Hoge Raad het in zijn arrest van 15 april 1991, nr. 26 855, BNB 1992/291 verwoordde, de derde moet kunnen worden beschouwd als de 'materiële werkgever'. Het gaat erom dat de derde, de inlener, instructies geeft aan de terbeschikkinggestelden over de invulling van het door hen te verrichten werk en erop toeziet dat die werkzaamheden volgens zijn instructies worden uitgevoerd en waar nodig bijstuurt. De vereiste 'toezicht en leiding' zullen met name ontbreken wanneer sprake is van hooggekwalificeerde arbeid of van het outsourcen van werkzaamheden. De derde, de opdrachtgever, zal dan doorgaans niet eens in staat zijn om leiding te geven of toezicht te houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b, en de alinea staat in dat document op bytes 80186 tot 81268.