Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Alinea 186 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6755.

5.16 Indien het Hof wel is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting voor zijn oordeel dat sprake is van uitzendovereenkomsten als bedoeld in artikel 7:690 BW, maar desalniettemin van oordeel was dat de in r.o. 4.4 van de uitspraak genoemde omstandigheden (dat i. de vennootschappen behoren tot hetzelfde concern als belanghebbende en ii. het toezicht - naar belanghebbende stelt - wordt uitgeoefend door werknemers die door belanghebbende ter beschikking zijn gesteld) hieraan niet af kunnen doen, dan is dit oordeel naar mijn mening zonder nadere motivering - die ontbreekt - onbegrijpelijk. Wat het element 'onder toezicht en leiding van de derde' betreft wordt met name niet duidelijk waarom aannemelijk is dat toezicht en leiding wordt uitgeoefend door werknemers van de inlenende groepsvennootschap, terwijl toezicht (of leiding) over de werkzaamheden eveneens door haar werd ingeleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b, en de alinea staat in dat document op bytes 85082 tot 85986.