Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Alinea 192 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6755.

6.2 Gelet op de bedoeling van de civiele wetgever, zoals die in de wetsgeschiedenis tot uitdrukking is gebracht, geschiedt de ter beschikking stelling van arbeidskrachten binnen het concern in het onderhavige geval niet 'in het kader van het beroep of bedrijf van de werkgever'; belanghebbende verricht geen intermediaire rol op de markt voor tijdelijke arbeid. Twijfelachtig is of het Hof wel van de juiste uitleg van art. 7:690 BW is uitgegaan bij zijn in r.o. 4.4 gegeven oordeel dat de arbeidsovereenkomsten die belanghebbende sluit, kwalificeren als uitzendovereenkomsten als bedoeld in artikel 7:690 BW. Dat volgens het Hof aan zijn oordeel niet afdoet dat werknemers slechts ter beschikking worden gesteld van tot hetzelfde concern behorende vennootschappen doet vermoeden van niet. Indien het Hof wel van de juiste rechtsopvatting is uitgegaan, maar desalniettemin van oordeel was dat belanghebbende haar werknemers ter beschikking stelde in het kader van haar beroep of bedrijf, is dat zonder nadere motivering - die ontbreekt - onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b, en de alinea staat in dat document op bytes 89084 tot 90151.