Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011
Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO6755.
De bijzondere regeling van de uitzendovereenkomst geldt alleen voor die werkgevers die daadwerkelijk een allocatiefunctie op de arbeidsmarkt vervullen, dus die in het kader van de uitoefening van hun beroep of bedrijf arbeidskrachten ter beschikking stellen aan derden. Het incidenteel in voorkomende gevallen ter beschikking stellen van arbeidskrachten door werkgevers die in feite geheel andersoortige beroeps- of bedrijfsactiviteiten hebben kan derhalve niet onder het regiem van de uitzendovereenkomst worden gebracht. Door voorts toepassing van de regeling van de uitzendovereenkomst, zoals neergelegd in artikel 691 Boek 7 BW, uit te sluiten voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten tussen werkgevers die onderling in een concernrelatie tot elkaar staan, als bedoeld in de artikelen 24a en 24b van Boek 2 BW, wordt beoogd te voorkomen dat arbeidsorganisaties via een eigen uitzendbureau personeel ter beschikking stellen van de eigen organisatie, maar dan met minder verplichtingen. Van een allocatiefunctie voor de arbeidsmarkt kan in dat geval niet worden gesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b, en de alinea staat in dat document op bytes 43192 tot 44291.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09bd438e37e52c90d73837230396bcb7890d8a0ed11ff150f2561916e28db90b | shasum -a 256