Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO7108.

2.2 Onderdeel 2.1 keert zich tegen rov. 4.11 van het arrest en de daarop voortbouwende rov. 4.12.1.2 (met betrekking tot het uurtarief), 4.18 en 4.21 alsmede tegen het dictum. Het hof miskent - aldus de klacht - dat het mogelijk is om via een zoekopdracht op het internet van de Fenit-voorwaarden kennis te nemen, hetgeen voldoende is om aan de norm van artikel 6:233 onder b BW te voldoen. Volgens het onderdeel (onder i, p. 9 cassatiedagvaarding) heeft het hof de door de Hoge Raad ontwikkelde rechtsregels met betrekking tot gevallen waarbij door de wederpartij geen beroep kan worden gedaan op de in art. 6:233 onder b jo 6:234 BW voorgeschreven vernietigingsgrond miskend. In zijn arresten van 1 oktober 1999(4) en 6 april 2001(5) heeft de Hoge Raad de uitleg van deze bepalingen immers met een op de praktijk afgestemde uitleg genuanceerd, aldus nog steeds het onderdeel. Deze nuancering bestaat er uit dat de wederpartij zich tegenover de gebruiker niet op de vernietigbaarheid van een beding in de algemene voorwaarden kan beroepen wanneer hij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met dat beding bekend was of geacht kon worden daarmee bekend te zijn en voorts dat zich omstandigheden kunnen voordoen waarin een beroep op vernietiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf17d5a3eefda8efd96705c24e8b373eddbc794412ff9403a394664689b362f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf17d5a3eefda8efd96705c24e8b373eddbc794412ff9403a394664689b362f, en de alinea staat in dat document op bytes 9538 tot 10870.