Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO7971.
6. De rechtbank heeft klaarblijkelijk gemeend dat ten aanzien van alle drie de feiten sprake was van een bekennende verdachte in de zin van art. 359 lid 3 Sv en dat zij derhalve kon volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, zonder de inhoud van die bewijsmiddelen op te hoeven nemen in het vonnis. De rechtbank heeft daarbij echter miskend dat de raadsman vrijspraak had bepleit ten aanzien van feit 3, en dat er dus sprake was van een, aan het slot van art. 359 lid 3 Sv genoemd geval. Met betrekking tot feit 3 mocht de rechtbank derhalve niet volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zonder de inhoud ervan op te nemen.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4268dff53ce9e21b55940f525274924f9c2a3306e8b9bd552999c9060e0aacd5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4268dff53ce9e21b55940f525274924f9c2a3306e8b9bd552999c9060e0aacd5, en de alinea staat in dat document op bytes 6862 tot 7508.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4268dff53ce9e21b55940f525274924f9c2a3306e8b9bd552999c9060e0aacd5 | shasum -a 256