Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO7992.

11. Aan de bijzondere volmacht(4) door een vertegenwoordiger van verdachte als bedoeld in artikel 450, eerste lid onder b, Sv is in wetsgeschiedenis, literatuur en jurisprudentie weinig aandacht besteed. In de praktijk worden rechtsmiddelen als regel aangewend doordat verdachte zelf ter griffie een verklaring aflegt, doordat verdachte een (aangetekende) brief naar de griffie stuurt of door de advocaat die verklaart bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd. In Blok en Besier(5) wordt slechts vermeld dat de "bijzondere volmacht, indien ze wordt gegeven bij onderhandsche akte, niet op zegel (behoeft) te worden gesteld (art. 32, 4e der Zegelwet 1917), noch te worden geregistreerd (art. 100 Registratiewet 1917)". De Hullu(6) wijst er op dat de wetgever de regeling voor het instellen van rechtsmiddelen niet nader toelichtte en hij voegt daar ter verklaring aan toe dat een zekere vanzelfsprekendheid aan die regeling kan worden toegekend. Het heeft zijn instemming dat de wetgever bij het instellen van rechtsmiddelen weinig belemmeringen opwerpt. Voor zover hier van belang wijst hij(7) nog op een arrest van de Hoge Raad waarin een beslissing van de rechtbank tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter in stand werd gelaten. De algemene volmacht om verdachte bij het kantongerecht te vertegenwoordigen en te doen wat hem wenselijk voorkwam was door de rechtbank onvoldoende geoordeeld omdat deze volmacht niet werd aangemerkt als een bijzondere volmacht.(8) Krabbe besteedt geen speciale aandacht aan de bijzonder volmacht, maar vermeldt wel het arrest van uw Raad van 19 december 1978, NJ 1979/224.(9) Het rechtsmiddel was aangewend door de broer van verdachte, van onjuiste adviezen van de griffie was niet gebleken en er bevond zich een blanco machtiging in het dossier. De Hoge Raad verstond dat er geen rechtsmiddel was aangewend. In Melai/Groenhuijsen(10) wordt onder meer opgemerkt dat bij een bijzondere schriftelijke volmacht voor wat betreft de vorm een persoonlijk kenmerk van de belanghebbende 'onvermijdelijk' (ik begrijp in de zin van een noodzakelijk vereiste) is. Als voorbeelden worden handschrift of handtekening genoemd. Ook Elzinga stelt dat of een volmacht afkomstig is van de verdachte, kan blijken uit de ondertekening van een geschrift.(11)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/434a73d1d423b6dca97900af6094c59fb1f152c718af35dfda713b834f1eecca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 434a73d1d423b6dca97900af6094c59fb1f152c718af35dfda713b834f1eecca, en de alinea staat in dat document op bytes 17362 tot 19691.