Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO7992.

Die volmacht voldeed op het eerste gezicht aan alle eisen. De volmacht was inderdaad bijzonder in die zin dat beroep diende te worden ingesteld tegen een aantal vonnissen gewezen tegen verdachte en de volmacht leek eveneens een persoonlijk kenmerk te bevatten van verdachte, omdat de volmacht ondertekend was. Bij die stand van zaken valt niet in te zien dat er voor de griffieambtenaar aanleiding bestond de vader van verdachte nader te informeren over formaliteiten waaraan een bijzondere volmacht dient te voldoen. Voor de griffieambtenaar was er immers geen reden te veronderstellen dat de handtekening onder de volmacht niet van verdachte afkomstig was en daarmee niet voldeed aan de in het algemeen aan een volmacht te stellen eisen. De griffieambtenaar heeft geen mogelijkheden tot het doen van een handschriftvergelijking. Het lijkt mij te ver gaan steeds van de griffieambtenaar te verlangen te vragen of de handtekening wel van verdachte afkomstig is. Van een ambtelijk verzuim van de griffiemedewerker is dus in ieder geval geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/434a73d1d423b6dca97900af6094c59fb1f152c718af35dfda713b834f1eecca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 434a73d1d423b6dca97900af6094c59fb1f152c718af35dfda713b834f1eecca, en de alinea staat in dat document op bytes 22150 tot 23210.