Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2011
Alinea 149 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9554.
De nieuwe bewoording zal het voorgedragen bezwaar wel grootendeels hebben weggenomen. Het geval blijft over, dat de voortzetting uiterst langzaam geschiede. Maar zolang dit het geval is zonder dat met die langzame voortzetting blijkbaar bedoeld wordt het werk niet tot stand te brengen, schijnt het hier toegestaan regt ook niet te moeten worden verleend. In de eerste plaats toch zou de onzekerheid omtrent de mate van langzaamheid, die tot zoodanige vordering zou kunnen leiden, en door geen wetgever zou te bepalen zijn, eene bron van oneindeige geschillen moeten openen; ten andere ontbreekt, zoolang het doel niet bestaat om het werk te laten vasten, de grondslag, waarop het artikel steunt. Want ook voor de beide in het artikel genoemde gevallen bestaat geen andere grond, dan dat de wetgever het er, na zoodanig tijdsverloop, voor houdt dat de onderneming wordt opgegeven. De reden der onteigening is daarmede vervallen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43d39df9d52b15b712b2597c0312be9517ca4fbd5969465736fe70b2ea075a0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43d39df9d52b15b712b2597c0312be9517ca4fbd5969465736fe70b2ea075a0a, en de alinea staat in dat document op bytes 39616 tot 40558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43d39df9d52b15b712b2597c0312be9517ca4fbd5969465736fe70b2ea075a0a | shasum -a 256