Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2011
Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9554.
Voor zover de Gemeente zich op het standpunt stelt dat een dergelijke realisatieplicht impliciet besloten ligt in het convenant en/of de Uitvoeringsovereenkomst, al dan niet over de band van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, valt niet in te zien waarom de Gemeente dan in het kader van de voorbereiding op de juridische levering geen voorziening heeft getroffen in de transportakte met het oog op het - in de ogen van de Gemeente reële - risico van terugvordering door eisers in verband met de niet tijdige realisatie van de bestemming. Gesteld noch gebleken is dat de Gemeente op dat punt zelfs maar pogingen daartoe heeft ondernomen. De omstandigheid dat de Gemeente bij de bewaking van de termijn ex artikel 61 Ow is uitgegaan van een - evident - onjuiste termijn dient in dit verband geheel voor haar rekening te blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43d39df9d52b15b712b2597c0312be9517ca4fbd5969465736fe70b2ea075a0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43d39df9d52b15b712b2597c0312be9517ca4fbd5969465736fe70b2ea075a0a, en de alinea staat in dat document op bytes 61908 tot 62772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43d39df9d52b15b712b2597c0312be9517ca4fbd5969465736fe70b2ea075a0a | shasum -a 256