Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9570.
4.5 Over de vraag hoe het schriftelijkheidsvereiste voor een wijzigingsbeding begrepen dient te worden zegt art. 7:613 BW slechts dat sprake moet zijn van een 'schriftelijk beding', zonder dat duidelijk is waar dit beding moet zijn opgenomen. Een beding waarin de bevoegdheid tot het eenzijdig wijzigingen van arbeidsvoorwaarden wordt neergelegd zou behalve in de individuele arbeidsovereenkomst ook kunnen worden opgenomen in een CAO of andere collectieve regeling. De wetstekst laat de mogelijkheid open dat het beding in bij voorbeeld een CAO en niet in de arbeidsovereenkomst zelf wordt opgenomen. Het schriftelijkheidsvereiste is in de wet gekomen via een amendement. Uit de toelichting op het amendement blijkt dat het schriftelijkheidsvereiste de rechtszekerheid en kenbaarheid dient en als formeel vereiste moet worden gesteld dat het beding schriftelijk en in de arbeidsovereenkomst zelf is overeengekomen.(8) Het amendement is zonder discussie aangenomen.(9) Er bestaat een zekere discrepantie tussen de tekst van art. 7:613 BW en de toelichting op het amendement. In de rechtspraak en de literatuur wordt in meerderheid geoordeeld dat voldoende is dat het beding in een collectieve regeling wordt opgenomen.(10)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9affdc07f266e2807de4ac42e0fbd510436cb6607e6f2d2e7bf4bcac0a776c9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9affdc07f266e2807de4ac42e0fbd510436cb6607e6f2d2e7bf4bcac0a776c9e, en de alinea staat in dat document op bytes 23304 tot 24540.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9affdc07f266e2807de4ac42e0fbd510436cb6607e6f2d2e7bf4bcac0a776c9e | shasum -a 256