Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2011
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9581.
De rechtbank heeft vervolgens in rov. 3.4 overwogen dat [verweerster] en [betrokkene 3], de dochters uit het eerste huwelijk van erflater, geen erfgenamen zijn doch dat zij o.g.v. art. 4:10 BW wel legitimarissen zijn. Overwegende dat zij de vordering van [verweerster] opvat als een vordering tot verklaring voor recht inzake de erfrechtelijke positie van [verweerster], heeft de rechtbank ten slotte voor recht verklaard dat [verweerster] legitimaris is inzake de nalatenschap van erflater.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ae58dd7159a8248167c0997c1500df021b51a9f92f8f5af4de83f2d07de5bad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ae58dd7159a8248167c0997c1500df021b51a9f92f8f5af4de83f2d07de5bad, en de alinea staat in dat document op bytes 14997 tot 15502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ae58dd7159a8248167c0997c1500df021b51a9f92f8f5af4de83f2d07de5bad | shasum -a 256