Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2011

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9581.

11. De middelonderdelen 1 en 2 strekken ten betoge dat het hof met zijn uitleg van de woorden "mijn kinderen" in artikel VII van het testament blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans een onbegrijpelijk oordeel heeft gegeven gelet op de samenhang tussen de artikelen II, III en VII van het testament, op art. 4:1167 en 4:1169 (oud) BW en op hetgeen door [eiser] c.s. is aangevoerd in de gedingstukken, waaronder de memorie van antwoord nr. 2 onder a-h. Daarbij verdient vermelding dat - onder g - wordt betoogd dat het onwaarschijnlijk is dat in artikel VII aan het begrip "mijn kinderen" een andere uitleg moet worden gegeven dan in artikel II, dat ingevolge artikel VII uitsluitend vervalt omdat de (tweede) echtgenote daarin als erfgename wordt genoemd, en dat voorts wordt betoogd dat nu nergens in het testament wordt verwezen naar het bestaan van andere kinderen dan de kinderen die bij name worden genoemd in artikel II, aan de formulering van "mijn kinderen" in artikel VII geen andere inhoud kan worden toegekend dan wanneer er had gestaan "mijn kinderen voornoemd".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ae58dd7159a8248167c0997c1500df021b51a9f92f8f5af4de83f2d07de5bad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ae58dd7159a8248167c0997c1500df021b51a9f92f8f5af4de83f2d07de5bad, en de alinea staat in dat document op bytes 26135 tot 27244.