Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2011
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9581.
Zo heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting indien het heeft miskend dat het bij de uitleg van artikel VII van het testament ook de inhoud van artikel II en III van het testament diende te betrekken om te achterhalen welke verhoudingen erflater kennelijk wenste te regelen en indien het in dat verband heeft miskend dat van belang zijn de ten tijde van het verlijden van het testament geldende wettelijke bepalingen omtrent de ouderlijke boedelverdeling. Gelet op deze bepalingen - in het bijzonder gelet op art. 4:1169 (oud) BW - lijkt de conclusie gewettigd dat de betrokken notaris - gezien de inhoud van artikel II en III van het testament waarin de kinderen uit het eerste huwelijk niet bij de ouderlijke boedelverdeling zijn betrokken - niet ervan op de hoogte was dat erflater kinderen uit een eerste huwelijk had, hetgeen van belang is voor de uitleg van het begrip "mijn kinderen" in artikel VII van het testament, aangenomen - zoals het hof ook heeft gedaan - dat de notaris de bedoeling van erflater heeft weergegeven. Daarbij komt dat ook partijen het waarschijnlijk achten dat de notaris niet ervan op de hoogte was dat erflater kinderen uit een eerste huwelijk had, zoals het middel onder verwijzing naar passages in de gedingstukken betoogt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ae58dd7159a8248167c0997c1500df021b51a9f92f8f5af4de83f2d07de5bad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ae58dd7159a8248167c0997c1500df021b51a9f92f8f5af4de83f2d07de5bad, en de alinea staat in dat document op bytes 28244 tot 29534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ae58dd7159a8248167c0997c1500df021b51a9f92f8f5af4de83f2d07de5bad | shasum -a 256