Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2011

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9670.

2.6 Indien in 14 en 15 beoogd zou worden er over te klagen dat de rechtbank aan het beroep op de telefoonnotities is voorbijgegaan, mist de klacht, gelet op het slot van rov. 4.1, feitelijke grondslag. De klacht in 15 dat de overweging aan het slot van rov. 4.1 onbegrijpelijk is, faalt omdat het oordeel dat het beroep op de telefoonnotities de rechtbank niet overtuigt, een oordeel is over de bewijs- of overtuigingskracht van de telefoonnotities. Een dergelijk oordeel is geheel aan de feitenrechter voorbehouden oordeel, waarvoor de rechtbank geen verdere onderbouwing heeft hoeven geven dan zij heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02e2b59ff4cbc30929cce8333ace30e244eb5df0e51977291ff8c6ea30bf26f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02e2b59ff4cbc30929cce8333ace30e244eb5df0e51977291ff8c6ea30bf26f2, en de alinea staat in dat document op bytes 10588 tot 11215.