Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9673.

Het enkele feit dat een voorwaardelijk ingestelde vordering in reconventie niet hoeft te worden beoordeeld (trouwens ook: niet kan worden beoordeeld) omdat de vordering in conventie, de toewijzing waarvan voorwaarde vormde voor de vordering in reconventie, niet wordt toegewezen, kan niet opleveren dat de reconventionele vordering moet gelden als "ten onrechte ingesteld". Of de reconventionele vordering zo kan worden gekwalificeerd hangt er van af of die vordering hetzij inhoudelijk als ondeugdelijk moet worden beoordeeld, hetzij als niet-adequate reactie op de vordering in conventie. Als noch het een noch het ander wordt vastgesteld ontbreekt er, denk ik, een toereikende basis voor het oordeel dat de reconventionele vordering ten onrechte werd ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2, en de alinea staat in dat document op bytes 51747 tot 52525.