Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO9673.
26. Een stap terzijde: de lezer zal mij, op dit punt aangekomen, misschien tegenwerpen dat de Hoge Raad in rov. 3.7 van het aangehaalde arrest overweegt dat ook van overeenkomsten die strekken tot langdurige genotsverschaffing van een zaak en die overigens niet in beëindiging voorzien, mag worden aangenomen dat die te eniger tijd een eind zullen nemen, (bijvoorbeeld) door ontbinding wegens wanprestatie van de kant van de genotsgerechtigde, beëindiging op de voet van art. 6:258 BW of beëindiging op de voet van art. 6:248 BW; en dat het daarom niet verantwoord is om (zoals ik gedaan heb) bij het verdere onderzoek van dit probleem als uitgangspunt te nemen dat het gaat om genotsrechten van, praktisch gesproken, onbeperkte duur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2, en de alinea staat in dat document op bytes 24102 tot 24852.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41b99afe58eaff6db101d8895f64cac9fad287fd0c7c8246390e4e44e5a563f2 | shasum -a 256